Overpeinzingen in 2035
We hadden het zo mooi bedacht. En toen werd het te perfect.
Ik was er vroeg bij. AI, bedoel ik.
Ik schreef erover, gaf er sessies over, bouwde ermee, geloofde erin.
Eindelijk rust in organisaties. Eindelijk logica. Eindelijk grip.
In 2025 wisten we het zeker. Dit zou werk beter maken.
Menselijker zelfs, zeiden we.
En eerlijk is eerlijk: dat deed het ook. Te goed.
In 2035 is organiseren vlekkeloos. Teams zijn perfect samengesteld.
Besluiten worden genomen voordat iemand ze hoeft te voelen.
AI ziet patronen waar wij vroeger weken over vergaderden.
Ik vond dat fantastisch. Nog steeds een beetje.
Maar ergens onderweg hebben we iets over het hoofd gezien.
Ik ook. Wij allemaal.
De mens werd niet vervangen. Maar wel langzaam uit het
zoeken gehaald.
Twijfel verdween. Fouten werden zeldzaam.
Botsingen inefficiënt.
Alles klopte. En juist dat begon te wringen.
Generatie Z. nu, in 2035
Ze zijn nu de kern van organisaties.
Opgegroeid met systemen die beter plannen dan zijzelf.
Met loopbanen die automatisch worden geoptimaliseerd.
Met feedback zonder mens.
Ze werken minder. Verdienen goed. Zijn gezond.
En toch hoor ik ze zeggen: “Waar ben ík hier nog van?”
“Wat mag ik nog ontdekken als alles al bekend is?”
“Wat is mijn rol, behalve goed uitgevoerd worden?”
Ze lopen niet vast op druk. Ze lopen vast op betekenis.
Het moment dat ik het doorhad
In 2033 vroeg een team mij niet om meer autonomie.
Niet om minder werk. Maar om… meer ruis.
Meer mogen twijfelen. Meer zelf uitzoeken. Meer mens.
Zingeving bleek niet te optimaliseren.
Dat had geen algoritme me verteld.
Wat we toen misten
We dachten dat technologie ons zou bevrijden.
Maar we vergaten een vraag te stellen:
Waarvan eigenlijk?
Zonder taal voor motivatie.
Zonder echte aandacht voor drijfveren.
Zonder ruimte voor het onlogische.
Perfectie nam het over. En perfectie is comfortabel.
Maar zelden vervullend.
Ik schrijf dit niet als criticus. Ik schrijf dit als medeplichtige.
Want misschien is dit wel de echte opgave.
Niet om AI slimmer te maken.
Maar om de mens niet kwijt te raken.
En ja. Dat hadden we kunnen zien.